Tekstweergave van sc_1883_12_14_0025_r.jp2

Donderdag 11 Juli 1940 ENKHUIZER COURANT Tweede Blad ïè2 uaaudie uadett. Belevenissen in een jeugdherberg. Het klinkt zo eenvoudig: je kind wordt lid van de het haalt kaarten, maakt een reisplan op, zendt de kaarten weg, krygt ze terug, pakt zijn spullen by elkaar, steekt reisgeld bij zich, zoent zijn Moeder nog even goedendag, en weg is het. Over idem zoveel dagen komt het weer terug. En in die tyd overnacht het in de jeugdherbergen; soms eet het er ook nog. Inderdaad, doodeenvoudig. Af en toe krijg je een ansicht en dan weet ik, dat alles in orde is. Maar verder weet ik er eigenlyk geen steek van. Zo gaat het, totdat je onverwacht eens in de buurt van een jeugdherberg komt. Tenminste, zo ging het ons. Toen zijn we er eens gaan kg ken. Eigenlijk wel een beetje raar, want war. moeten een paar mensen, die hun eerste jeugd achter de rug hebben, nu eigenlijk gaan doen in zo'n jeugdherberg, waar een straal fietsen de rekken vult en waar het wemelt van dat jonge goed? We vallen ook wel even op, maar de aandacht, die we trekken, is niet hinderlijk. Nog voor¬ dat we ons goed en wel hebben kunnen oriënteren, waar we ons moeten vervoegen om inlichtingen, staat de herbergmoeder reeds voor ons. Onmiddellijk is ze bereid, ons te laten zien, hoe zo'n herberg nu eigen¬ lijk is ingericht en even daarna staan we in het dagverblijf, waar ook de avond kan worden doorgebracht en waar er een paar honderd tegelijk kunnen eten en waar het toch gezellig is. En zindelijk. Terwijl' ze ons een en ander vertelt, opent ze en-passant het raam en vraagt een trek¬ ker; dia» het voetstuk van de vlaggestuk heeft beklommen om vandaar een paar tochtgenoten te kieken: Haal je meteen dat vlaggekoord een beetje aan? Aan welk ver¬ zoek meteen voldaan wordt. Ondertussen horen we, dat er in Augustus elke dag over de 200 meisjes en jongens komen, om er hun avondeten te gebruiken en er te overnachten. Eergisteren waren er ruim 20 meer, dan geborgen konden worden. Toen hebben ze er 10 doorgestuurd naar N. en 12 hebben ze ondergebracht in het E-huis Daar wisten de werkelijke ouders geen steek van. Die wisten niet beter, of hun spruit zou in de J.H. te.... logeren. Ze dachten niet aan de mogelijkheid, dat die wel eens vol zou kunnen zijn. Ze hadden zelfs niet de moeite genomen, er zich van te overtuigen, of hun kroost zich wel van logies verzekerd had. Het is immers zo doodeenvoudig? Behalve dan natuurlijk voor de herberg- ouders, die onverwacht voor een overcom¬ pleet komen te staan; die met een eenvoudig ..geen plaats meer" zouden kunnen volstaan, maar die dat een\oud»g niet doen en alles in het werk stellen, om dan toch die kinderen onder dale te krijgen. Kinderen, die ze nooit gezien hebben; waaraan zo (maar dat be¬ hoeft ook met) heus geen schatten verdienen; waarvan ze (en dat is jammer) dikwijls nooit meer iets horen. Morgen doen ze dat, zo nodig, weer. Ook voor uw kind. Maar voordien heb ik dat nooit bevroed. We gaan verder, komen in een jongens- zaai. Keurig gerijd, twee-hoog, staan daal¬ de bedden. Een eenvoudige matras, een kussen, een opgevouwen deken. Geen lakens. Maar dat hoeft ook niet, want de trekker heeft zijn slaapzak by zich. Geen handdoek of toiletgerei. Doch ook dat is niet nodig, want ook dat dient de trekker bij zich te hebben. Ook hier is het zindelijk, al vindt moeder, dat het hele huis nodig weer eens een goede beurt moet hebben, want overal vind je „vingers". Hoe kan dat anders, met meer dan 200 doortrekkers per dag? Langs een paar practisch ingerichte was¬ lokalen en een bergplaats voor bagage ko¬ men we in een ander gedeelte van het ge¬ bouw, waar zich een meisjesslaapzaal be¬ vindt. Ook hier dezelfde stiptheid en orde, al lijkt het e wat vriendelijker, dan in de jongensslaapzaal, doordat het uitzicht hier wat aardiger is en de bedden hier nog niet twee-hoog behoefden te staan. Waarom zou men dan, zolang het mogelijk is, een goede gewoonte getrouw de meisjes niet het beste geven ? Of nu altijd alles van een leien dakje gaat? vragen we dan. De vraag is tamelijk naïef, doch is bedoeld, om een paar details uit het leven van alledag los te krijgen. En die krijgen we. Zo geldt voor elke J.H., dat elke trekker zich 's avonds, alvorens zich ter ruste te begeven, de voeten reinigt. Hygiëne boven alles, wat niet overdreven is. Waarop boven¬ dien, althans in de hier bedoelde J.H., scherp wordt gelet. Doch dit was dezer dagen niet naar de li m -ja,* Mp ■% zin van een jeugdige gymnasiaste, (.lie een stevige voettocht had gemaakt, doch niet van oordc.-l bleek, dat haar voetekens reeds vuil geno.g waren, om daaraan de reinigen¬ de hand te leggen. Of moeder haar van die noodzakelijkheid heeft kunnen overtuigen, is niet komen vast te staan, doch dat ze zich gereinigd heeft en van de nood een deugd maakte, staat als een paal boven water. Een ander maal was er een zevental van een soortgelijke inrichting (zouden de oude talen een ongunstige invloed op de gemeen¬ schapszin oefenen?), waarvan er één van mening was, dat zij veel te fijn was ge¬ bouwd om na tafel de boel te helpen op¬ ruimen. Dat behoefde zo thuis niet te doen, dus dat deed ze hier ook niet. Althans, dat dacht ze oorspronkelijk, want nadat Moe¬ der zich even met het geval bad bemoeid, kwam zij van de dwalingen haars weegs met bekwame spoed terug. Zo moet het ook want wat voor logies en voeding wordt betaald, is niet voldoende, om daarvan bovendien personeel voor het verrichten van kleine huishoudelijke bezig¬ heden te bekostigen. Bovendien kan het vol¬ strekt geen kwaad en is het in vele gevallen zelfs heel goed, wanneer de jeugd eens voor hot feit komt te staan, dat ze met dit of dat een handje moet helpen. Gaven we hier een paar incidentjes, die zich met jongedames voordeden, we behoe¬ ven er geen ogenblik aan te twijfelen, of ook met de jongens is er wel eens dit of dat. En als Vader ons had rondgeleid, hadden we mogelijk nog wel sterker staaltjes te vertellen gehad. Doch daarom gaat het hier niet. De be¬ doeling is slechts, er eens op te wijzen, dat dergelijke moeilijkheden in het geheel niet behoren voor te komen en dat de ouders, al¬ vorens de spes patriae op de J.H.'s los te laten, hun kroost zodanige instructies die¬ nen te geven, dat de zware en verantwoor¬ delijke arbeid der herbergouders niet on¬ nodig wordt belast. Moeten daarom zij, die zich niet aan de voor de J.H. gestelde regelen willen onder¬ werpen, of die niet onmiddellijk bereid zyn, de geringe hulpvaardigheid te betonen, die men hun vraagt, worden geweerd? Ik kreeg de indruk, dat ik my de woede van alle J.H.-ouders op de hals zou halen indien ik deze vraag bevestigend beant¬ woordde. Veeleer meen ik ,dat zij, sterk door hun groot idealisme, zouden zeggen: „Stuar ze toch maar wij brengen het hun wel bij!" N.B. Alle inlichtingen en gratis brochures by de N.J.H.C., Tulpstraat 4—6, Amster¬ dam-C. In het dagverblijf. Brieven worden er naar huis geschreven om de ouders van hun wederwaardigheden op de hoogte te houden. Kantongerecht Hoorn. Glibberigheden en nattigheden Paling, borrels en moordaanslagen. Voor hot Hoornse kantongerecht was het op deze zitting weer eens het ouderwetse al¬ legaartje. Diverse debutanten brachten de nodige af¬ wisseling, waardoor het programma aantrek¬ kelijk bleef. Een staalkaart van oude en nieuwe zonden werd den volke voorgelegd, gladde paling, een dronken renteniertje, een moordaanslag, enz. enz., alles kwam er aan te pas. Hier volgt een getrouw en chronologisch relaas der kantonrechtelijke wedervaardighe- den. EEN OVERWERKTE CHAUFFEUR Je moet welleris wat doen en je moet wel- leris wat laten, meende de Hoornse ex- chauffeur, thans hooiprikker te Oostwoud, S. M.. Maar aangezien zijn baas, de taxi-houder H. K. hem meer liet doen, dan liet laten, had hij besloten in zijn werkboekje eens secuur zijn werkuren in te vullen, waarmee hij ver over zijn maximum kwam. Derhalve vloog de baas er in en onze hooi- chauffeur er uit, want baas had niet veel met de secure boekhoucfeHj op. Wat niet wegnam, dat de patroon er in tippelde voor 3 weken te zware exploitatie van zyn taxidrijver. De ambtenaar vond het een schandaal dat de eerlijke chauffeur mot kreeg om zijn eer¬ lijkheid, hetgeen in een cis van 3 x ƒ 12,— of ƒ x 10 dagen tot uiting kwam. Aangezien er in de taxi's ook geen droge kuch meer te verdienen is en de baas wellicht ook uit hooien gaat. nam de kantonrechter met 3x2 riksen of 15 dagen staatsvacantie genoegen. De baas was niet verschenen, dus wacht hem nog een verrassing. HET JOLIGE HITJE De Oudendijker agrariër C. K. had op een kwade dag in Mei een jeugdig hitje, pas de jongensschoenen ontwassen, voor z'n tilbury gespannen. Alles ging goed in Oudendiji.'s landelijke dreven tot er een roodachtige auto bestuurd door zekeren Reijnders achterop kwam tuf¬ fen, die niet passeren kon en dus maar op een paal vloog, hetgeen de nodige ravage aanrichtte. Dit zou allemaal de schuld van de jolige hittensprongen zyn, hetgeen niet kon worden vastgesteld, daar de getuige nog opgeduikeld moet worden. De zaak werd dus in 't vat gestopt, waarin niets verzuurd. GLADDE PALING EN EEN ONDES¬ KUNDIG VISSER. Een Urker visser, thuisbehorend op de wyde Noordzee, had zich uit de nood der tijden, geoccupeerd met palinkjes verschalken op het IJselmeer. Maar aangezien hy die gladde dingen zelfs niet vast kon houden, had hy de beestjes de maat niet kunnen nemen, waardoor hij 7 kg ondermaatse aaltjes aanvoerde te Enkhuizen. Daar bleek men wel de nodige handigheid in de maatnemerij te bezitten, hetgeen de Ur¬ ker ervoer, nu hjj zich tot ƒ 8 of 8 dagen hoorde veroordelen. EEN HEEL KLEIN STUKKIE. Tesamen met nog een twintigtal overtre¬ ders, die maar niet verschenen waren, had de Blokkerse expediteur C. B. op de Lageweg gefietst en het schandalig slechte rijwielpad (wat men inmiddels is gaan restaureren) ge¬ meden. Hy had dit maar een 20 metertjes ge¬ daan, alleen om even over te steken en toen waren er een paar veldwachters vanuit een greppel en achter een bosje opgedoken, die-1 hem met een reuzevaart op de bon kwakten. (Welk verhaal evenwel door Majoor Kor- ver verontwaardigd bestreden werd, want veldwachters zyn geen diepspitters!) Een tientje of 10 dagen, eiste de ambtenaar voor dit „schandaal", dat hand over hand toeneemt. De laatste klap kwam zachter aan, want de kantonrechter maakte er 4 pop of 4 dagen pe- toetos van. NOG ZO'N NUMMER. Nog zo'n nummer, nu met een kleine varia¬ tie, werd opgevoerd door den Hoorsen typo¬ graaf S. A. V„ welke knaap in het Noorder¬ plantsoen te Hoorn op het wandelpad gefietst had. De bordjes stonden er nog zo kort, verweer¬ de hy zich. De majoor meende, dat ze er al jarenlang stonden, waarin deze zich overigens deerlijk vergiste. Maar dat deed aan de zaak niets af. Deze werd met ƒ 2 of 2 dagen bij de oude rommel gedeponeerd. EEN HART.GE HAP VOOR DUITSE MILITAIREN. Ben Hoornse slager, H. S., had zo maar op een Zondag een hoeveelheid hamspek, pekel¬ vlees en boterhammen worst afgeleverd, niet¬ tegenstaande zulks aan Hoornse slagers ver¬ boden is. Maar hij was in de verleiding gekomen door de woorden van een caféhoudster, dat ze eer. aantal Duitse militairen, die belust waren op een lekker Hoorns hapje, te gast had gekregen. En daar het hem voorgehouden was de Duitse militairen in alles ter wille te zyn, had¬ hij het niet minder dan een staaltje van zyn Hollandse burgerplicht gevonden om de gevraagde vleeswaren te leveren. En dat zyn spek en worst de Duitse weer¬ macht best gesmaakt had, moge biyken uit het feit, dat de Duitse commandant, die op een of andere wyze van het verbaaltje hoor¬ de, nog een goed woordje voor hem ging doen op het politiebureau en zelfs mee had willen komen naar het Kantongerecht. Nu had verdachte de order zelf van de caféhoudstcr gekregen en de vleeswaren door zyn zoontje doen bezorgen en zo viel hy on¬ getwijfeld onder de oude winkelsluitingswet¬ ten, maar Ambtenaar en Kantonrechter voel¬ den beiden de moellyke situatie, daar de els ƒ 1.— was en de uitspraak op 2 kwartjes kwam. (Zoals uit een andere zaak eveneens bleek konden de Edelachtbare heren moeliyk be¬ palen, wat t.a.v. van winkel- en caféshutlng precies is toegestaan. Zonder hiervoor enige verantwoordeiykheld te aanvaarden, menen wij te kunnen concluderen, dat het toege¬ staan is om op ieder uur van de dag recht¬ streeks (dus niet door middel van een Hol¬ landse tussenpersoon) levensmiddelen aan Duitse militairen te verkopen. Red.) EEN DRONKEN RENTENIER! Een ouden liaas van anno '78, die opgaf van beroep gepenslonneerd te zyn, de Horlneea Gerrit D., werd in de schoenen geschoven, dat hy in kennelyke staat, riekend naar de bekende reuk, op het Hoornse brede Breed was opgepikt. Maar het keurig uitgedoste heertje had het een en ander uit een ander vaatje te tappen, een vaatje waaruit geen druppel ge- never, maar wel een overkropt en beledigd gemoed los kwam. Hy was n.l. helegaar niet dronken geweest maar in zyn reine onschuld, na het gebruik van 2 ouwe klaartje, harteloos neergeslagen met een boksbeugel, welk apparaat in over- valposltle door een snodaard bediend werd van-achter een staldeur! De snodaard zat nu juist drie maanden, omdat hy een anderen braven burger met een mes tusen de ribben gekieteld had! Dit laatste kon de majoor bevestigen, het¬ geen de papieren van den rentenier Kenne- Iyk deed stygen. Deze bekende nog by een zekere Juffrouw te voren en paar, dit is twee, kinawynjes getankt te hebben, maar dronken was hy niet, alleen wat draaierig en los op de benen van de boksbeugelstoot. Hy had het een reuze-geluk gevonden, dat er een agent kwam, die hem meenam naar het politiebureau, waar de ontstane wond onder het oog deskundig werd opgeknapt. Dat dronkenschapverhaaltje was den man, die nooit wat met politie of justitie te maken had gehad, danig tegengevallen. Hy krygt nog zyn kans, want volgende week zal de agent vertellen, wat hy gezien en geroken heeft. VRIJBAD HOORN. In Hoorn is een officieel strandbad aan de ene zyde der stad en aan de andere kant een officieus, maar dat biykt voor de jeugd nog niet voldoende te zyn; want aan de Wes- terdyk heeft de jeugd er nog een „vry bad" bijgesticht, zo maar op de kelen. Ze doen daar helemaal geen kwaad, maar uit fatsoensoverweginge», of gaat' het om fênil t êtau _ CONTRABANDE 19. (Nadauk verboden) Ben- ogenblik later, toen Bessie-het een¬ voudig doch smakeiyk maal binnenbracht, zat hij alweer aan zyn eigen tafel. Na een haastige blik op het meisje en een opmer¬ king over het weer, sloeg'hij- verder geen acht op haar en liet ook niet merken, dat hy wist, dat Hector naar Londen was. Zo¬ dra de tafel was afgenomen en hij alleen was, stak hy zijn lamp aan en gooide een hoopje fossielen- uit een leren tas, die hy altyd bij zich had, op zyn tochten, op tafel uit. In werkelykheid was deze natuurweten- schappelyke collectie met geen enkel exem¬ plaar vermeerderd gedurende de twee Jaar, dat hij als logé had gewoond in het kleine huisje by „Duivels Kloof". Maar toen even voor tien Martha Callo¬ way binnenkwam, om hem instructies voor zyn ontbyt te vragen, zat hy over de stuk¬ ken steen gebogen met al de ongeveinsde belangstelling van een geleerden onderzoe¬ ker voor een nieuwe aanwinst. Ontbyt? zei hy verstrooid, zonder zijn ogen van zyn werk op te heffen, o Ja, dat is waar ook, ontbyt! Geeft u maar wat u wilt. Dit is werkelijk een prachtvondst! En hoe laat wil mynheer ontbyten? vroeg Martha. Is het morgen een van uw late ochtenden? Met moeite wendde Mr. Mapleton zyn blik van zijn fossielen af en hy keek verwy- tend naar Martha's breed, vrlendelyk ge¬ zicht. Voor een geleerde zijn al die huishou- delyke dingen een ware bezoeking, zei hij een beetje geïrriteerd. Neen, morgen zal het niet een van mijn late ochtenden zyn. Ik heb vandaag zoveel gelopen, dat ik van¬ avond niet meer uitga en dus zal ik mor¬ genochtend ook niet in de verleiding komen om lang in bed te biyven, zoals ik dikwyls doe na een nachtelijke tocht. Ik kan wel ontbijten, zo vroeg als het u schikt. Als u dat beter uitkomt, kan ik wel tegen half negen ontbijten, want om half negen ontbyt uw andere huurder gewoonlyk ook, is het niet? U kunt natuurlijk uw ontbijt krygen wanneer u wUt, antwoordde Martha een beetje verbaasd, want Mapleton was in de regel niet zo inschikkelyk. Maar meneer Yeldham is naar Londen, voegde ze eraan toe. Naar Londen? herhaalde Mr. Maple¬ ton, terwijl zijn blik weer afdwaalde naar zyn schatten. Wat een geluksvogel! Mis¬ schien ga ik zelf ook wel gauw naar Lon¬ den, want ik heb iets gevonden, dat een plaats in het Brits museum waard js. Wel te rusten, juffrouw Calloway. Ik zal klaar zijn als het ontbyt klaar is. Toen zyn hospita verdwenen was, streek Mapleton de fossielen weer in de leren tas, met een ruwe onverschilligheid, welke aller¬ minst in overeenstemming was, met zyn be¬ wondering van zoëven. Hy blies de lamp uit, stak zijn kaars aan en ging met veel lawaai de trap» op, terwijl hy gewoonlyk by na geluidloos liep. vyf minuten later blies hy zijn kaars uit, ofschoon hij ln 't geheel geen aanstalten had gemaakt om zich uit te kleden en naar bed te gaan. Geheel ge¬ kleed zat hij op de rand. van zyn bed en wachtte in het donker, tot hy juffrouw Cal¬ loway en naar dochter naar boven hoorde komen en langs zijn kamer naar hun eigen kamertjes aan de achterkant van het huis gaan. Er waren vier slaapkamers boven, twee aan de voorkant van het huis en twee aan de achterzyde, boven da keuken en by- keuken. üm in deze beide laatse vertrekjes te komen, moest men langs het kamertje van Mapleton, dan een paar trapjes naar beneden en een korte gang door. Maar zelfs het naar bed gaan van de beide vrouwen was nog geen reden voor Mapleton om dat voorbeeld te volgen. In¬ tegendeel, hy stond op en ging op zyn tenen naai- de deur. Na enige tyd ingespannen geluisterd te hebben, deed hy voorzichtig de deur open en luisterde nog aandachtiger. Gerustgesteld door de afwezigheid van alle geluid, ging hy terug naar zyn bed en wachtte weer, steeds maar in het donker. Drie kwartier bleef hy zo bewegingloos zitten; toen stond hy nogmaals op en trad opnieuw naar de deur. Maar deze keer kwam hy niet terug, doch sloop behoedzaam de trap af. Het scheen zyn bedoeling niet te zyn, dit geheel geluid¬ loos te doen, want halverwege stapte hy op de losse trede; waarvan hy. door zyn langi- durig verblijf in het huisje, het bestaan zon¬ der twyfel kende. Het zou heel gemakkelijk zyn geweest, deze te vermydon, door er eenvoudig overheen te stappen, maar Map- leton zotte er resoluut zyni voet op, zodat een vry luid gekraak, de- nachtelijke stilte verbraku Het geluid, zou zeker gehoord zyn door: iemand dit wakker lag, maar het was niet luid genoeg om een slapende te wek¬ ken. De rest i van do tneden ging de fossielen- zoeker weer byna geluidloos af en na een paar seconden verdween hy door de voor-» deur, Inplaats van het korte pad te nemeni dat recht naar de vallei voerde, sloeg hy zywaarts af, Juist zoals Hector hem had zien doen en zich zo dicht mogeiyk langs de muur van het huisje voortbewegend, kwam hy aan de moestuin, üp ongeveer vyftig meter van het huisje stond een groep lage vliegbomen. Het groepje was te klein om de naam van bosje te verdienen, maar het was toch groot genoeg om een onge¬ bruikte en bouwvallige stenen koestal te verbergen. Het grootse gedeelte van het dak was Ingestort en de muren weken ge- vaariyk uit. Dit ongaatvry-ultziende ge¬ bouwtje bleek Map 1 eons doel. Om redenen, die alleen hemzelf bekend waren, verkoos hy het boven Martha Calloway's zacht ve¬ ren bed. By het gebouwtje bleef hy staan en keek aandachtig naar Martha's huisje. Er was geen 'maan, maar by het licht van de ster¬ ren waren de dichtbyzynde dingen te onder¬ scheiden. Het kiezelpad door de moestuin was vry duldeiyk zichtbaar en Mapleton kon een menseiyke gedaante waarnemen, die zich voortbewoog ln de richting van het schuurtje. Hy wachtte tot hi) duideiyk kon gieu, dat het de gestalte van. een vrouw was, die een shawl over haar hoofd had ge¬ slagen en toen ging hy meesmuilend het ge¬ bouwtje binnen en verdween ln de duister¬ nis. Vermist Bij. de keten- op. de rots- stond John Budge en liet zyn critlsche blik gaan over een van de geweldige vrachtauto's, die opgeladen stond, schynbaar met marmerblokken. Se¬ dert bet ongeluk van onlangs, werd verdub¬ belde zorg besteed aan het laden en geen enkele auto mocht het terrein verlaten, voordat deze door den opzichter was ge¬ ïnspecteerd. (Wordt vervolgd.) 1